Geschiedenis van Fort Frederik Hendrik
Geschiedenis van Fort Frederik Hendrik
Alle bovengrondse ruïnes zijn van origine Frans. Archeologen hebben in 1997 aangetoond dat de Franse ruïnes zich op de plek van Fort Frederik Hendrik bevinden, genoemd naar de gelijknamige prins, toentertijd stadhouder van Nederland. Het werd in 1638 gebouwd door Cornelis Gooyer, de eerste Nederlandse gouverneur van Mauritius, in opdracht van de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
In 1710 verlieten de Nederlanders het eiland. Toen de Fransen het zich in 1721 toeeigenden, vestigden zij hun basis op dezelfde plek en noemden deze Port Bourbon. Prins Maurits van Oranje-Nassau, afstammeling van prins Maurits van Oranje naar wie het eiland vier eeuwen geleden is genoemd, heeft in 1998 het startsein gegeven voor de opgravingen van het oude fort.
De komst van de Nederlanders
Tot de zeventiende eeuw bleef het eiland Mauritius onbewoond. Hoewel het op oude Portugese kaarten en exploitatierekeningen voorkwam, werd het eiland voor het eerst door Nederlanders gedetailleerd beschreven. In 1598 maakte viceadmiraal Wybrant Warwijck van het eiland Nederlands bezit en noemde het Mauritius, ter ere van prins Maurits van Oranje.
Het eiland was rijk aan water en voedsel en leverde grote hoeveelheden ebbenhout en amber. Het werd al gauw een bevoorradingskamp voor de schepen van de V.O.C.. Door de Nederlanders werden onder meer apen, varkens en geiten geïntroduceerd. De komst van deze dieren was een ramp voor de dodo. Ze vonden al snel de eieren en de kuikens van de illustere vogel. Uitsterving werd onvermijdelijk. Om het hout te kappen, brachten de Nederlanders op Mauritius de eerste slaven naar het eiland.
Het leven op het eiland werd bemoeilijkt door cyclonen, plagen, waardoor oogsten werden verwoest. Ook waren er slavenopstanden en de oorlog met Engeland veroorzaakte grote problemen. Uiteindelijk vertrokken de overgebleven inwoners naar Batavia, waarna de Fransen het eiland overnamen.

