De Japanse prenten van de ‘vlietende wereld’

Door Lukas Meier

Het Tropenmuseum bezit een kleine, maar noemenswaardige collectie Japanse prenten. De prenten vertellen over de wellust waarmee het rijke stedelijke burgerdom in Japan tussen ongeveer 1600 en 1850 hun leven verheerlijkten.

Het was deze wellust die door tijdgenoten de ‘vlietende wereld’ werd genoemd - de wereld van theaters en bordelen. Evengoed vertellen de prenten over de censuur en de pogingen van de overheid om de ‘vlietende wereld’ en het burgerdom te blijven controleren.

Japanse prent Edo-periodeDe Edo-periode

Na een eeuw van een zwak centraal bewind en veel oorlogen in Japan, volgde ruim tweeëneenhalve eeuw van stabiele vrede onder het shogunaat van de Tokugawa-dynastie. Deze tijd van 1603 tot 1868 wordt de Edo-periode genoemd: de Tokugawa verhuisden de zetel van de macht van de keizerstad Kyoto naar Edo, het huidige Tokio.

De ‘vlietende wereld’

Dat vertier vonden de stedelingen in de roze buurten van de grote steden en in de kabuki-theaters. Kabuki kenmerkte zich vooral in het begin door zijn sensualiteit en werd een pleisterplek voor prostitutie. Het is een acteurstheater bij uitstek; de acteur geeft de toon aan en week vaak af van de teksten van de auteurs.

Kabuki-acteurs waren de sterren van de stedelingen, net zoals filmacteurs de sterren van onze tijd zijn geworden. Yoshiwara, de vestigingsplaats van kabuki-theaters & theehuizen en de roze buurt van Edo, was dé uitgangswijk van Edo en groeide uit tot een toonaangevend centrum. De wijk was afgesloten van de rest van de stad en de toegang werd gecontroleerd. Yoshiwara werd bevolkt door prostituees en courtisanes van diverse sociale rangen, door hun klanten die er slechts een nacht en een dag lang mochten verblijven, door kabuki-acteurs, danseressen, uitbaters van theehuizen, en natuurlijk ook door kunstenaars.

Dit is de wereld die met de term ukiyo wordt aangeduid, wat de ‘vlietende wereld’ betekent. Deze term had in eerste instantie een negatieve connotatie. Hij verwees naar het boeddhistische idee van het vergankelijke en illusoire leven in deze wereld. Het opkomende en door de shoguns bevoogde burgerdom gaf de term een positieve hedonistische draai: ‘Het leven is maar een droom – geniet ervan, zolang je kunt.’

Japanse prent: Ukiyo-eUkiyo-e

Kunstenaars portretteerden deze ‘vlietende wereld’, wat eerder geen enkele kunstenaar van de gevestigde orde had gedurfd. Theateracteurs, courtisanes, gezichten van de Yoshiwara en zelfs erotische voorstellingen waren hun onderwerpen. De afbeeldingen werden vervaardigd als houtsneden, die als massaproduct op de markt werden gebracht. De naam voor die prenten is ‘ukiyo-e’: de afbeeldingen van de ‘vlietende wereld’.

De overheid legde - met haar drang om alles te controleren - in de loop van de tijd censuur op, zowel voor de kabuki als voor de ukiyo-e. De prenten moesten voorzien zijn van de handtekening van de kunstenaar en uitgever, en ze moesten door twee censoren worden goedgekeurd. Erotische voorstellingen werden al snel verboden, evenals de populaire portretten van courtisanes en acteurs. Ondanks het verbod werden die prenten onder de toonbank verkocht.

Verder verbood de censuur het weergeven van historische gebeurtenissen van na 1600, dus uit de tijd van de twijfelachtige opkomst van het Tokugawa-shogunaat. Op de prenten die middeleeuwse heldenverhalen als thema hebben, werd op een vindingrijke manier gehint naar de historische gebeurtenissen ná 1600. Door aan de helden het uiterlijk van kabuki-acteurs te geven, kon het verbod op acteursportretten ook worden omzeild.

Er bestaan diverse subgenres van de ukiyo-e, onder meer de ‘mooie-vrouwen-prenten’ (bijinga) met afbeeldingen van courtisanes, de acteursprenten (yakusha-e) met portretten van kabuki-acteurs in een typerende houding, en de erotische prenten (shunga). Verder zijn er de heldenprenten (musha-e), met mythische en oude historische verhalen. De prenten van landschappen (fukei-ga) en beroemde gezichten (meisho-e) ontstonden later toen het perspectieftekenen is overgenomen uit het Westen.

Japanse prent met een vrouwJapan en het buitenland

Japan volgde in de Edo-periode een strikte afsluitingspolitiek: vreemdelingen mochten niet naar binnen en de Japanners mochten het land niet verlaten. Slechts handelaren van de V.O.C. en uit China konden met Japan handel drijven. Een voorwaarde was dat zij elk op een kunstmatig eiland in de baai van Nagasaki moesten verblijven. Het eiland waarop de Nederlanders leefden en hun factorij hadden, was Decima (ook Deshima). De Chinezen verbleven op een eilandje ernaast, Juzenji geheten. Decima was over een brug en door een bewaakte toegangspoort bereikbaar. Een schutting met pieken onttrok het eiland aan de nieuwsgierige blik van de Japanners aan de wal.

Maar de Japanners wilden weten wat voor mensen dat waren, welke onbegrijpelijke zeden ze hadden en wat voor rare spullen ze gebruikten. Vanaf rond 1720 was de omgang met Nederlanders in Nagasaki aan minder regels gebonden, en op den duur werden er kleurenhoutsneden met buitenlandse taferelen vervaardigd, die als Nagasaki-prenten (Nagasaki-e) bekend staan. Die afbeeldingen boden aan de Japanners een vaak stereotiepe kijk op de Europese vreemdelingen, hun dagelijks leven en hun vreemde uitrustingen zoals stoelen, eetgerei, verrekijkers en natuurlijk ook schepen.

De Nagasaki-prenten werden aan Japanse toeristen verkocht. Het is geen wonder dat deze prenten een ander onderwerp hadden dan de ukiyo-e uit Edo. Immers, niet de rijke stedelingen waren de doelgroep, maar de toeristen in de stad, die waarschijnlijk slechts kortstondig een ‘roodhoofdige barbaar’ konden spotten. Maar gelukkig waren er die prenten, die als souvenirs mee naar huis konden worden genomen.

Nadat de Amerikanen in de tweede helft van de negentiende eeuw de opening van Japan hadden afgedwongen, werd Yokohama - een dorp in de buurt van Edo - de plaats waar de vreemden zich moesten vestigen. De haven ontwikkelde zich snel tot een stad met een eigen, in Japanse ogen vreemde, infrastructuur, bevolkt door westerlingen in een soort handelsroes. Het is niet verbazingwekkend dat ook in deze stad prenten werden gemaakt van de westerlingen en hun zeden, voor de verkoop aan toeristen.

De val van het Tokugawa-regime leidde een nieuw tijdsperk in, met fundamentele veranderingen op sociaal, economisch en cultureel gebied. Ukiyo-e verdween langzamerhand; die prentkunst stond voortaan open voor invloeden van buiten en richtte zich voortaan op onderwerpen van de nieuwe tijd.

Bekijk de Japanse prenten van het Tropenmuseum