Artis in de Tropen

Door Sonja Wijs, onderzoeker collectie- en museumgeschiedenis

De Amsterdamse dierentuin Artis bestond in 2013 175 jaar. Wat velen misschien niet weten is dat Artis vroeger een Ethnografisch Museum bezat. In 1921 schonk de dierentuin zijn complete collectie, meer dan 10.000 voorwerpen, aan de Vereeniging Koloniaal Instituut, het huidige Koninklijk Instituut voor de Tropen. Mede dankzij deze schenking beheert het Tropenmuseum nu een van de oudste volkenkundige collecties van Nederland.

Tegenwoordig lijkt het wat vreemd, maar in de 19e eeuw was het heel gebruikelijk dat etnografica een belangrijke plaats innamen in een dierentuin. Zo stond in de Artis statuten: ‘In een zoologischen tuin behoort eene plaats ingeruimd te worden voor den mensch… het hoogst georganiseerde wezen dat de dierkunde kent.’

Voor de Artis musea werd actief verzameld door particulieren, bestuursambtenaren, handelsagenten, (ontdekkings)reizigers, missionarissen en genootschappen uit het bedrijfsleven en de wetenschap. Een echte specialisatie binnen de etnografica bestond er niet, alle delen van de wereld waren vertegenwoordigd. Juist daarom herbergt de Artis-collectie zeldzame schatten.

Vanaf 1851 werden de voorwerpen opgesteld in het Groote Museum, samen met de zoölogische en geologische collectie. Tien jaar later verrees een apart Ethnografisch Museum. Ruimte was schaars; zoals te zien is op een prent uit 1866 was alles vaak hutje mutje op elkaar gestapeld. In 1888 verhuisde alles naar De Volharding. In dit gebouw zijn tegenwoordig het Nachtdierenhuis en de Artiskantoren gevestigd. In het in 1926 door Koningin Wilhelmina geopende Koloniaal Museum kregen de voorwerpen eindelijk de ruimte.

Vele Artis-topstukken zijn te bewonderen in de vaste opstelling van het Tropenmuseum. Ontdek bijvoorbeeld het bijzondere Kongolese Ndunga-masker, een van de tien wereldwijd. Of bekijk het zeldzame Batak ‘toverboek’, Pustaha genoemd, het oudste, grootste en rijkstversierde exemplaar dat er op de wereld bestaat.