Restauratoren aan het werk

Restauratoren aan het werk

Twee zielenprauwen uit Papua-Nieuw-Guinea worden momenteel geconserveerd. Normaal worden objecten gerestaureerd en geconserveerd in het restauratie-atelier, maar door de grootte van de prauwen gebeurt het nu op zaal. Er is gekozen voor een conserverende behandeling, waarbij de huidige staat wordt behouden en verder verval van de prauwen zal worden voorkomen. Hierna zijn de prauwen weer hanteerbaar en kunnen hier in het Tropenmuseum opgesteld worden of op reis naar andere musea.

Over de prauwen

In het Tropenmuseum staan drie lange kano’s (prauwen) die bij beter kijken geen boten blijken te zijn. Ze hebben geen bodem en er kunnen ook geen roeiers in. Hun plaatsen zijn ingenomen door bijzondere wezens: dieren, schildpadden en mensachtige figuren met vogelkoppen. Deze geestenprauwen zijn dan ook niet om mee te varen. Het zijn gebeeldhouwde boomstammen die gebruikt worden bij het emaketsjem-ritueel van de Asmat, een Papuavolk uit het zuiden van Nieuw-Guinea. De figuren in de boot stellen recent overleden familieleden voor.

De Asmat gebruikten uiteraard andere prauwen om in te varen. Staand in deze beschilderde uitgeholde boomstammen, trokken zij vroeger ten strijde in een ‘oorlogsprauw’, gebruikt voor koppensnellerstochten. Echter zal het gebruik van prauwen, vast uitgebreider geweest zijn dan dit ene facet.

Hoe gaan de restauratoren aan het werk?

De conservering bestaat uit het verwijderen van loszittend en vastzittend vuil en het consolideren van de losse pigmenten en verflagen. Het verwijderen van vuil is niet alleen van belang voor de esthetiek van de prauwen, maar ook trekt vuil vocht en insecten aan, waardoor het belangrijk is de objecten te reinigen. Na de behandeling is het object mooier en zitten de verflagen weer vast zodat het object eenvoudig onderhouden kan worden. Er wordt heel voorzichtig gereinigd met een speciale spons van gevulkaniseerd rubber, waardoor het oppervlakte niet beschadigd. De consolidant (lijm) is chemisch stabiel en verkleurt niet.

De prauwen bestaan uit gebeeldhoude boomstammen met verflagen in de kleuren wit en rood. De verf bestaat uit lokaal pigment (dit geeft de verf de kleur) in een lokaal bindmiddel zoals het sap van een plant. Het is mogelijk dat witte schelpen en gebrande oker zijn gebruikt als pigmenten, maar dit is (nog) niet geanalyseerd. De verf is momenteel poederend en bevat op sommige plekken, losse verfschollen.

Bij de keuze van het conserveren van verf is het belangrijk dat de kleur, de matheid en andere karakteristieke eigenschappen van de verf uit Papua-Nieuw-Guinea niet veranderen. Er is hierdoor gekozen om de verflagen te consolideren met een consolidant van cellulose op waterbasis. Met een specifieke techniek met behulp van een ultrasonic-mister wordt het ontstaan van waterkringen voorkomen.

Door de huidige conservering kunnen de prauwen weer een tijd tentoongesteld worden, zonder dat de objecten hun belangrijke verf verliezen.

Op de foto boven aan deze pagina zie je Jessica Hensel en Silvia Schmedding-van de Goorberg aan het werk in het Tropenmuseum.

Meer weten? Bekijk dan onze collectiesite